Blog

27
May
Meneer Theo

Hij loopt op de begraafplaats als ik met een gieter langs hem heenloop. In de 80, bruinverbrand, korte broek en sandalen. ‘Wat een dooie boel hier hè?’ merkt hij op. Ik schiet in de lach: ’Dat kun je wel zeggen. Gelukkig maar dat het daar niet bij blijft.’ Maar hij vindt van wel: ‘Dood is dood.’ Zo ontspint zich onverwacht tussen de graven een heftig maar boeiend gesprek over doodgaan, de zin van het leven en of er wel of geen God bestaat. Gereformeerd opgevoed, nooit meer wat aan gedaan en geëmigreerd naar een warm land kwam hij toch af en toe naar de Bollenstreek. Terug naar zijn wortels.
‘Laten we even op dat bankje gaan zitten,’ zegt hij, ‘ik wil wel even met u praten.’ De reden van zijn vertrek, de echtscheidingen, eenzaamheid en verdriet, boosheid op God. Tussen de krachttermen door vraag ik hoe het met zijn hart is en wat hij nog verlangt. Bijna 87 is hij en met het enige familielid dat hij nog heeft is al 30 jaar geen contact geweest. Ik zeg dat ik het heel erg verdrietig voor hem vind. We praten over uitpraten en vergeven en of hij dat zou aandurven.
Hij vindt het wonderlijk.. dat hij hier zomaar met iemand over praat. Hij moet erom huilen en zegt dat hij erover na wil denken. Ik vraag of ik voor hem mag bidden. Weer vliegt hij op, wordt boos, praat hard en verdrietig en kan zich niet voorstellen dat iemand dat nog doet, bidden. ‘Elke dag?’ Hij kan het bijna niet geloven. Bij het woord bidden wordt hij weer onrustig. Een wens uitspreken dan maar. En terwijl ik hem aankijk spreek ik de wens uit dat hij weer een beetje geluk mag gaan ervaren, dat de eenzaamheid minder zal worden. Dat hij weer contact kan gaan zoeken met zijn zus en het goed kan maken. Hij huilt. ‘Dat ik u hier zomaar tegenkom, dat we hier zomaar zitten en over deze dingen praten.’

Dag meneer Theo, ik hoop dat u binnenkort weer een beetje geluk en verbondenheid mag ervaren.


4
Oct
Mandy, troost tijdens de ziekte van Alzheimer

Ze werd gebracht door haar dochter. Er was beginnend Alzheimer geconstateerd. Moeder was veel lustelozer, ze piekerde en werd vergeetachtig. Ze hadden er met elkaar als kinderen over gesproken en gedacht dat het goed zou zijn voor moeder, om naast de specialistische hulp, een luisterend oor te zoeken en gebed. Het verdriet was door de ziekte steeds moeilijker tegen te houden.

Ik heb in die tijd een werkplek in een praktijk voor psychotherapeutische hulp. Mandy wordt naar mij doorverwezen.
Aarzelend gaat ze zitten, Mandy, vrouw van bijna 70, klein, maar o zo kordaat.
Nadat we elkaar de hand hebben geschud en ze tegenover me heeft plaats genomen, begint ze te vertellen dat ze piekert en dat ze dat niet meer wil. Het moet afgelopen zijn, ik moet het overwinnen, het kan niet en hoeft niet. Ze wil alles zelf blijven doen en 100 worden. Ik wil er zijn voor mijn kinderen en kleinkinderen. Het zal goed gaan, met mij is niets mis.
Als ik haar vraag waar zij hulp bij nodig heeft, verwacht ik van alles, maar niet haar antwoord: “bij het ramen zemen”.
De bezorgdheid komt eigenlijk bij haar kinderen vandaan, maar wat wil ze nu eigenlijk zelf? Ze zal erover nadenken en met haar kinderen over praten. 

“Ik vertrouw jou, ik wil graag vertellen wat er allemaal is gebeurd en het dan vergeven en loslaten en er nog wat van maken,” zegt ze als ze later weer terugkomt. Ze wil ook weer fitnessen en erop uit.
Zo komen de verhalen los over haar scheiding en het intense verdriet dat ze daarover heeft gehad. De afwijzing, de schaamte, de onrechtvaardigheid en het alleen opvoeden van haar drie kinderen.
Trots neemt ze foto’s mee van haar grote familie, waarvan de meesten aan de andere kant van de wereld wonen. Ik maak een genogram en ze vindt het prachtig om zo een overzicht te hebben van drie generaties. Alle nichten en neven moeten er ook bij. Dankbaar vertelt ze over haar ouders en alles wat zij haar mee hebben gegeven. Wat ze belangrijk vindt? Trouw, eerlijkheid en respect!
Met de duplo maken we een familieopstelling. Mandy pakt de keren daarna, zodra ze binnen is, de poppetjes en weet nog precies wie ze zelf is. Haar volwassene, haar reddertje en haar kleintje, die alle drie een stukje van haar persoonlijkheid vertegenwoordigen. Ze begint ze te herkennen. Ze glimlacht en herkent patronen.
Iedere keer opnieuw herhaalt ze dezelfde verhalen. Iedere keer opnieuw wordt ze getroost. Niet meer wetend wat ze de vorige keren heeft verteld en hoeveel ze al gehuild heeft. Steeds weer vraagt ze vergeving voor de heftige haatgevoelens die ze heeft gehad en ontvangt die ook dankbaar.
Opdrachten vergeet ze. Telefoonnummers zijn steeds kwijt. Ze komt bijna nooit op tijd.
Na een half jaar is het tijd om te stoppen. 

Alzheimer, een ernstige slopende ziekte, maar voor Mandy, als bijzondere bijkomstigheid, een remming die weg is en een ontvankelijkheid voor troost. Die troost kan iedere keer opnieuw ontvangen worden, want dat van de vorige keer is opgelost in de vergetelheid.

Ik bid voor haar als afscheid. Dat vindt ze fijn. We houden elkaars handen vast. Ze is rustig en dankbaar.
Ik zeg haar dat ik veel respect voor haar heb. Voor haar liefde, haar trouw en haar eerlijkheid. Ze glimlacht en heeft tranen.
Zo nemen we afscheid. Mandy, kleine vastberaden dappere vrouw.
Misschien zien we elkaar ooit weer eens. In ieder geval in de hemel.